Lichaamsgerichte psychologie en neurofeedback
Marjon Peeman

Werking van het autonome zenuwstelsel deel 2

Lees verder over het autonome zenuwstelsel

Neuroceptie

Wat Porges uiteindelijk ontdekte is dat er niet 2 maar 3 systemen zijn in het autonome zenuwstelsel. Het parasympatische zenuwstelsel heeft namelijk zelf ook 2 afdelingen met heel verschillende functies.

De ‘koningin’ van het parasympatische systeem is de tiende hersenzenuw, ook bekend als de ‘zwervende hersenzenuw’ of de ‘nervus vagus’. Vandaar de term ‘polyvagaal’ wat verwijst naar ‘meer dan 1 vagus’.

Porges ontdekte dat de vagus twee evolutionaire afdelingen heeft: de oudste noemde hij de dorsale vagus, de nieuwste de ventrale vagus. Dorsaal verwijst naar de achterkant van het lichaam, ventraal naar de voorkant.

  • De dorsale vagus gaat van de oudste hersenen (in het achterhoofd) tot aan de blaas en anus en beinvloedt alle organen. Het oudste en grootste deel van de dorsale vagus zit in de darmen en is ook bekend als ‘het tweede brein’ (500 miljoen neuronen in de darmwand). Dat is ons instinctcentrum en het speelt ook mee bij intuïtie en FLOW. 
  • De ventrale vagus loopt van het hart naar het hoofd en in het bijzonder het gezicht. Het is door de ventrale vagus dat wij spontaan verschillende gezichtsuitdrukkingen hebben bij verschillende innerlijke staten. Die zijn universeel dezelfde in alle culturen.

Het is ook met de ventrale vagus dat wij onbewust de gezichtsuitdrukkingen van anderen ‘lezen’ om uit te maken of ze veilig zijn. De ventrale vagus ‘leest’ ook stemintonaties.

Porges definieerde daarom het ventrale deel als het ‘social engagement system’. Het is hoe we op onderbewust niveau veiligheid of het gebrek daaraan in relaties inschatten.

Het ‘social engagement system’is de meest recente ontwikkeling van ons overlevings- arsenaal: overleven in groepen.

Onze ventrale vagus neemt – als deel van ons overlevingssysteem – instant sociale signalen waar op een niveau ver onder ons bewustzijn.

Porges moest daarvoor een nieuwe term uitvinden: ‘neuroceptie‘. Het is via ‘neuroperceptie’ dat ons zenuwstelsel gezichten leest en stemintonaties als veilig of onveilig beoordeelt . Daarom reageert een baby anders op bekende gezichten dan op onbekende gezichten. Daarom kan de stem van een moeder (of vervangende opvoeder) ook een baby sussen.

Wanneer er volgens onze neuroceptie, onveiligheid dreigt schakelt de vagus bijvoorbeeld ook het middenoor uit om zich beter te kunnen focussen op hele hoge en lage tonen (‘gevaar’). 

Omdat deze neuroceptie in relaties erg snel moet gaan (de ander is al vlakbij) is het nieuwste deel van de vagus – de ventrale vagus – ‘gemyeliniseerd‘.

  • Myeline is een vettige stof die op veel plaatsen in het zenuwstelsel het axon (de zenuwvezel) omhult – zie de afbeelding bovenaan.
  • Myeline zorgt ervoor dat boodschappen (zenuwimpulsen) sneller worden doorgestuurd naar de hersenen en naar andere lichaamszones. Zonder myeline zou een dergelijk impuls er veel langer over doen om via het axon (de zenuwvezel) de ‘volgende’ zenuwcel te bereiken.

De oude afdeling van de vagus – de dorsale vagus – is niet gemyeliniseerd en reageert trager. Het is waar de freeze respons gebeurt. Vechten en vluchten moet eerst geactiveerd worden en dat moet veel sneller gaan.

Wat Stephen Porges wetenschappelijk onderbouwde is dat verbondenheid met andere mensen geen luxe is maar een biologisch imperatief! Dat imperatief verklaart bijvoorbeeld waarom eenzaamheid tot depressie en chronische ziektes kan leiden en waarom mensen met sterke sociale netwerken gemiddeld langer leven en ook sneller genezen. Het verklaart ook de mogelijks levenslange gevolgen van onveilige hechting in de eerste 3 levensjaren. Een baby heeft nog geen woorden en heeft ook nog geen ontwikkelde linker hersenhelft. Een baby heeft alleen ‘neuroceptie’ om te evalueren of een relatie veilig is.

Wat maakt nu dat zovele mensen niet langer vlot kunnen schakelen tussen ‘vechten en vluchten’ en ’tot rust komen en helen’? De verklaring ligt bij de dorsale vagus.

Wanneer we ons veilig voelen kunnen we ‘in relatie zijn’ en neemt de ventrale vagus de leiding. We zijn dan meer ‘geleider’ dan ‘weerstand’. We kunnen dan ook goed luisteren naar anderen want het middenoor is open en de menselijke stem is deel van de middenfrequenties.

Wanneer we ons in een relatie onveilig voelen (om echte of ingebeelde redenen) neemt de sympathicus meteen over en wordt het vecht- en vluchtsysteem ingeschakeld. Dat impliceert hogere bloeddruk, sneller ademen, etc.

Pas wanneer we niet kunnen vechten of vluchten wordt vervolgens de dorsale vagus ingeschakeld en gebeurt een mate van freeze respons (essentieel een staat van verdoving tegen de pijn). In sommige gevallen zullen we zelfs bezwijmen (flauw vallen heet ook ‘de vagale reactie’).

Niet alleen shocktrauma maar ook herhaalde gevoelens van onveilgheid in relaties – waarbij we niet kunnen vechten of vluchten – kunnen zorgen voor chronische dorsale vagus activiteit! De eerder ontwikkelde gevecht- en vluchtenergie wordt dan telkens onderdrukt en blijft dus in ons systeem zitten.

Gevolg: ons systeem kan nu niet meer zo vlot schakelen tussen sympaticus en parasympaticus. Veel mensen lijden daarom aan overactivteit in de sympaticus (hyperactiviteit, piekeren, onrustige benen, niet kunnen stilzitten…) terwijl veel andere mensen juist niet goed meer tot actie of kiezen kunnen komen.

Beide soorten onevenwichten in het autonome zenuwstelsel veroorzaken staten van weerstand en dus ‘niet-flow’.

FLOW is een staat van balans tussen rust en actiecapaciteit

Voor FLOW moet de ventrale vagus de leiding hebben. Alleen dan kan ons hart open zijn. Zowel een chronisch overactieve sympaticus als een overactieve dorsale vagus sluiten het hart en verstoren verbinding en FLOW.

Alleen een goed functionerende ventrale vagus kan in situaties die niet over leven en dood gaan, zoals bij een woordenwisseling bijvoorbeeld, de automatische vecht- en vluchtreacties kalmeren.

Dat kalmeringsproces wordt de ‘vagale rem’ genoemd. De ‘vagale rem’ is wat je helpt om proactief te zijn in situaties waarin je anders reactief zou worden. De ‘vagale rem’ houdt je uit het drama…

De ‘vagale rem’ is het mechanisme achter zelfregulering.

Idealiter heb je dat als baby en kleuter geleerd via co-regulering met de primaire opvoeders. De ventrale vagus van de baby of kleuter wordt dan getraind om kalm te worden dank zij de kalmte en veiligheid van de primaire opvoeder.

Bij mensen die als kind onveilig gehecht werden is de ventrale vagus minder ontwikkeld komt de vecht- en vluchtreflex veel sneller naar boven in sociale situaties. De ‘vagale rem’ kan dan niet of minder tussen komen.

Tachtig procent van alle signalen die door de vagus stromen zijn afferent d.w.z. opwaarts van het lichaam naar de hersenen. Slechts twintig procent zijn efferent d.w.z. signalen naar het lichaam vanuit de hersenen.

Tenzij we zelfregulering geleerd hebben zullen onze emotionele staten dus zeer vaak op reactieve wijze bepalen wat we denken, doen en zeggen. Vandaar al het drama in relaties…

Daarom zijn goed getrainde, gedisciplineerde atleten bijvoorbeeld ook vaker in FLOW. Discipline en overgave namelijk zijn beide nodig voor FLOW!

De meest moderne traumatherapieën zijn ook gericht op het herstel van de ventrale vagus rol (door nadruk op de veiligheid in de therapeutische relatie en door progressief trainen van de zelfregulering van het zenuwstelsel).